Homepagina > © GoedGeluid.be > FAQ > L > LP - Long playing

LP - Long playing

donderdag 11 maart 2010, door wim

De LP is de overbekende vinyl plaat van vroeger. Het was de laatste in de reeks van historische geluidsdragers die begon bij de wasrol, verder ging met de schellak fonograaf plaat, de 78-toeren plaat om te eindigen bij de stereo- en quadrofonie vinyl 33 toeren plaat. De speelduur van een LP was zo’n 20 minuten per kant, maar kon door de mastering engineer uitgebreid worden tot 35 minuten, zei het met enige kwaliteitsverlies.

Er was ook een kleiner broertje, de single, die aan 45 toeren per minuut draaide en één song per kant bevatte. Dit medium werd vooral gebruikt in juke-boxes. Later werd hiervan een tussen versie afgeleid, de "EP" of Extended Play, die enkele songs per kant kon bevatten. Dit was meer een marketing rariteit dan een echt formaat.

Naast de veel voorkomende 33- en 45-toeren platen, was er ook een weinig gebruikte 16-toeren per minuut versie. Deze was vooral bedoeld voor gesproken woord, zoals toespraken. Het meeste werden deze 16 tpm platen nog gebruikt om radio programma’s op te nemen en te versturen naar veraf gelegen zenders, zoals in de kolonies.

De muziek werd bij de opname eerst aangepast door een filter dat de lage tonen inperkte en de hoge tonen versterkte. Dat was nodig omdat anders de hoge tonen te veel te lijden hadden van ruis en de lage tonen te veel plaats innamen. Bij het afspelen werd een omgekeerd filter toegepast, dat de lage tonen terug versterkte en de hoge tonen verzwakte. Dit filter zit vandaag nog aan de phono ingang van de meeste versterkers en wordt meestal RIAA filter genoemd omdat de RIAA (Recording Industry Association of America) de norm hiervoor vastlegde. In het tijdperk van de 78 toeren platen en in het begin van het vinyl tijdperk had elke platen maatschappij daar zo een eigen visie op. Met als gevolg dat niet alle platen even correct afspeelden.

De LP werd vervaardigd door eerst een metalen master te maken. Dat werd gedaan door een beitel in een ronddraaiende zacht metalen plaat te laten graveren. De mastering engineer regelde niet alleen het geluid, hij bepaalde ook de kwaliteit. Hoe dichter de groeven op mekaar volgden, hoe meer er op een kant kon, maar aan een lagere kwaliteit. Vooral de lagere tonen moesten dan beperkt worden, want deze namen het meeste plaats in in de groef.

Van deze master werd een harder afgietsel gemaakt, dat richels had in plaats van groeven en diende om de vinyl plaat te persen. Persen dient hier letterlijk genomen te worden, want dit afgietsel werd letterlijk elke keer in het warme, half vloeibare vinyl gedrukt. De kwaliteit van de LP hing af van de kwaliteit van het gebruikte vinyl, de correcte temperatuur en de leeftijd van het afgietsel. Daarom sprak men vaak van "eerste persing" om aan te geven dat de LP niet van een gedeeltelijk versleten afgietsel gemaakt was.

Als de LP van eerste kwaliteit vinyl geperst was, kon ze duizenden keren afgespeeld worden voor ze versleten was. Maar soms recycleerden de platenmaatschappijen oud vinyl door het opnieuw te smelten en dergelijke LP’s waren vaak al na minder dan honderd keren afgespeeld te zijn, letterlijk "grijs" gedraaid. Dat kon je ook zien. Het normaal zwarte vinyl was dan in de groeven grijs geworden.

Dit artikel beantwoorden

SPIP | | Overzicht van de site | De activiteit van de site opvolgen RSS 2.0