Homepagina > Bibliotheek > Quadrofonie

Quadrofonie

maandag 7 november 2011, door wim

Quadrofonie werd begin zeventiger jaren geïntroduceerd als de logische volgende stap voor de veeleisende muziekliefhebber. Doordat het systeem nogal wat eisen stelde aan zowel de platenspeler, het pick-up element en, niet in de minste mate, de vinyl plaat zelf werd het nooit populair. Ook het feit dat je een tweede paar luidsprekers nodig had en, alweer, een nieuwe versterker maakten dat vele consumenten het overbodig vonden.

Een essenti¨le vergissing was ook dat je bij een live concert niet tussen de muzikanten zit en dat dus de twee extra achterluidsprekers in principe niet veel nut konden hebben. Ze moesten immers alleen reflecties weergeven. Maar de reflecties van een concertzaal in de gemiddelde huiskamer weergeven is een schier onmogelijke taak.

Toen stereo populair geworden was, gingen een aantal mensen op zoek naar nog meer ruimtelijkheid. Eén daarvan, David Hafler bedacht de Hafler-luidsprekeropstelling. Bij deze opstelling wordt één of twee achterluidsprekers toegevoegd. Het stereo signaal blijft echter gelijk. De achterluidsprekers worden aangesloten op de plus aansluitingen van de voorste linker en rechter luidsprekers. Ze geven dus het verschil tussen links en rechts weer.

De ruimtelijkheid die het toevoegde was echter een effect en werd door de hifi puristen afgewezen. Amerikaanse en Japanse fabrikanten hebben het ook zo goed als nooit ingebouwd. Philips en nog een paar Europese fabrikanten hebben het wel jaren volgehouden, tot ze inzagen dat de opinie van de hifi puristen niet ging veranderen en dat het hun reputatie als fabrikant geen goed deed. Een bijkomend probleem was dat het met sommige versterkers niet, of slecht werkte.

Onder impuls van de zucht naar werkelijkheidsweergave, wat een beetje vreemd woord voor hifi is, kwam de industrie dus met een echt vierkanaals systeem op de proppen. Quadrofonie was geboren. Aanvankelijk waren de hifi puristen enthousiast, om na enkele jaren uiteen te vallen in aanbidders en tegenstanders. Die trend is eigenlijk tot vandaag doorgelopen, want sommige hifi puristen luisteren vandaag naar mono vinyl en dan nog liefst naar een systeem met lampenversterker en een luidspreker van voor 1960.

Natuurlijk kon de industrie het ook niet eens worden over de techniek en zo probeerde men drie systemen aan te bieden: SQ, QS en CD-4.

SQ

Dit systeem werd in 1973 bedacht door Sony, in tandem met CBS en Columbia. De kanaalscheiding voor-achter was echter maar 3 dB. De reden was dat SQ er vooral op ontworpen was om maximale compatibiliteit met stereo te behouden. SQ vinyl kon dan ook probleemloos op een gewone stereo installatie afgespeeld worden.

QS

Sansui kwam in hetzelfde jaar met het QS systeem, dat meer ruimtelijkheid bood, maar minder compatibiliteit met stereo. Doordat Sony meer marketing middelen had, was dit een beetje het begin van het einde voor Sansui dat geen markten buiten de hifi sector kon bespelen en in de volgende decennia dan ook meer en meer terrein verloor.

CD-4

CD-4, ook wel Quadradisc genoemd werd bedacht door JVC en was het enige dat uit vier discrete kanalen bestond. Dat deed men net als bij FM stereo, door de bovengrens van het geluid te beperken tot maximaal 15 kHz en de twee extra kanalen in de band van 20 kHz tot 45 kHz in de groef te persen. Dit leverde een betere kanaalscheiding op, maar het systeem was dan weer gevoeliger voor vervorming, ruis en slijtage.

Dolby Surround

Pas in 1982 zag er nog een vierde bedrijf brood in een ander systeem, maar dan voor surroundgeluid bij film. Meer hierover in het artikel over surround.

Dit artikel beantwoorden

SPIP | | Overzicht van de site | De activiteit van de site opvolgen RSS 2.0